Een cateraar leert een streek kennen via haar mooiste zalen. De Butler werkte op tientallen plekken in en rond Amsterdam, maar drie locaties keerden steeds terug op deze site — drie totaal verschillende werelden binnen een half uur reizen van elkaar.

De Oranjerie van de Hortus Botanicus, Amsterdam
De Hortus Botanicus Amsterdam is een van de oudste botanische tuinen ter wereld. In de tuin en de kassen groeien zo'n zesduizend planten van ruim vierduizend soorten, en de tuin ligt in de Plantagebuurt, aan de rand van het hectische centrum — maar achter de driehonderd jaar oude toegangspoort is het alsof de stad haar adem even inhoudt. Midden in dit levende museum ligt de Oranjerie, een eeuwenoud rijksmonument: al in 1715 werden op deze plek tropische planten gekweekt in houten broeikassen, en het langgerekte, gepleisterde pand uit 1875 werd genoemd naar de overwinteringsplek voor citrusboompjes — de 'oranjeboompjes'. Voor een diner tussen de planten, met een van de mooiste terrassen van de stad voor de deur, bestond er in Amsterdam geen vergelijkbare plek. Gezelschappen van twintig tot honderd personen vonden er hun plaats.
Een studentencultuurhuis in de binnenstad
Voor recepties, feesten en partijen met een jonger publiek week het huis uit naar een modern studentencultuurcentrum midden in Amsterdam: een plek met een theater, een muziekzaal, studio's en een café waar op zondagavonden beginnende humoristen en muzikanten het podium kregen. De ruimte bood plaats aan dertig tot honderdvijfentwintig gasten en bewees dat een goed buffet evengoed werkt naast een podium als onder kroonluchters.
Een zeventiende-eeuws dorpshuis in Broek in Waterland
De derde locatie was misschien wel de meest geliefde: een laat-zeventiende-eeuws verenigingsgebouw in Broek in Waterland, een van de mooiste dorpen van Nederland, op korte afstand van Amsterdam. Het pand werd ontworpen door de Amsterdamse stadsbouwmeester Abraham van der Hart; de gang doet denken aan een statig grachtenpand, terwijl het gebouw zelf het karakter heeft van een groot landelijk herenhuis. Het deed ooit dienst als weeshuis en was in de naoorlogse jaren een belangrijke jeugdherberg met duizenden overnachtingen per jaar.
Het hart van het gebouw is de binnenplaats: een Hollands hofje, omgeven door leilindes en zeventiende-eeuwse gevels, zó beschut dat zelfs de wind er geen grip op heeft. Als het weer het enigszins toeliet, verhuisden recepties, barbecues, buffetten en diners naar buiten — veertig tot honderdvijftig gasten onder de lindes, met de buffetten van het huis op lange tafels.
Waterland als werkterrein
De drie plekken tekenen samen het werkgebied van De Butler: de stad voor de grote gelegenheden, het dorp voor de zomerfeesten, en daartussen het open Waterland — het oer-Hollandse polderlandschap tussen Amsterdam en Monnickendam waar het bedrijf, gevestigd in Edam, thuis was. Natuurlijk werd er ook gewoon bij mensen thuis gekookt: het homecooking-verhaal van het huis begon en eindigde aan de eigen keukentafel van de gastheer.
Wat een locatie tot een feestlocatie maakt
Drie totaal verschillende plekken, en toch kozen ze zichzelf volgens dezelfde wet. Een goede feestlocatie heeft ten eerste een verhaal dat de gasten bij binnenkomst al voelen — een oranjerie vol citrusboompjes, een hofje achter leilindes — zodat de avond ergens over gaat voordat het eerste glas is ingeschonken. Ten tweede een natuurlijke route: ontvangst, tafel, en een plek om na het eten te staan, zonder dat iemand geregisseerd hoeft te worden. En ten derde — de cateraarsblik — een serieuze aanvoerroute: de mooiste zaal is waardeloos als de keuken drie trappen verderop ligt.
De drie vaste adressen van het huis scoorden alle drie op alle punten, elk op eigen wijze: de Oranjerie met haar monumentale ernst, het cultuurhuis met zijn jonge energie, het dorpshuis met zijn beschutte binnenplaats. En alle drie lagen ze binnen een half uur van de keuken in Edam — want het laatste criterium van een goede locatie is, heel onromantisch, de reistijd van een pan heldere bouillon.